De badkamer

Mevrouw Opdam was mij voor bij de douche. Ze heeft haar handdoeken weer laten liggen. Ik besluit eerst maar te gaan ontbijten. Als ik aan mijn tweede beschuitje zit komt mevrouw Opdam achter haar rollator de ontbijtzaal binnen. Zoals bijna iedere dag is ze gekleed in een ouwe polyester broek, wit met vaste plooi met daarboven een wijd bruin T-shirt met ruime ronde hals. Ze heeft een thuiskapsel waaraan je niet kunt zien of het nog nat is of droog. Haar stem is altijd luid en schel. Alsof iedereen het graag weten wil zegt ze: “Goede morrugen. Nou ik ga zo meteen al naar de therapie. Ze heb het me net wezen zeggen dat ik vroeger ken komen.” Ik zie haar twijfelen bij wie ze aan tafel zal gaan zitten. Ik probeer mezelf te verstoppen achter een voorverpakt plakje kaas en een kop thee. Ze kiest gelukkig voor de andere tafel bij mevrouw Van Mompel en mevrouw Hoesteproest. Ik ga snel douchen voordat het bezoek komt.

Op de grond van de douche liggen nog steeds de natte handdoeken van mevrouw Opdam. Ik loop door naar een andere douche verderop in de gang. De straal is daar toch veel harder. Ik schuif de deur dicht en kleed me uit. De badkamer is nog dampig van de vorige revalidant. Als ik onder de straal ga staan blijkt deze half zo hard als een week geleden. Ik denk: “Een te zacht straaltje om in het putje te piesen.” Dan de kraan maar lekker heet. Ik blijf wel twintig minuten staan. Daarna droog ik me af zoals altijd met twee handdoeken met van die paarse strepen van de verhuurder er op. Het washandje gebruik ik nooit. Ik trek mijn short aan en sla mijn kamerjas om. Met een nat glibberig flesje wasgel van de Bodyshop en tandenborstel in mijn linker hand en de infuusrollator in de andere probeer ik de deur van het slot te draaien. Het slot weigert. Ik zet alles even op de emmer voor het natte wasgoed en probeer het opnieuw. Het slot is weerbarstig en met geen mogelijkheid open te krijgen. Ik besluit te trekken aan het rode noodkoord dat rondom langs de vloer van de douche is gespannen. Er gaat een pieper af en er komen twee zusters aanrennen.

“Wie zit daar?”

“Ja ik, Pieter, ik krijg hem niet open.”

Er wordt aan de deur gerommeld maar er gebeurt niets. Twee mannenstemmen bemoeien zich vervolgens met de deur. De zuster roept: “Ik ga Theo halen. Blijft u maar rustig zitten meneer De Rest,” Ik hoor een sleutelbos en een derde man komt bij de deur. Ik zit ondertussen op de bril van de WC en probeer mezelf tot rust te manen. De ruimte is benauwd en ik snak best wel naar een beetje frisse lucht. Dan valt het beslag van de deur er af. Ik zie een schroevendraaier door het gat van de hendel. Nog maar beter niet door dat gat ademen bedenk ik. “Ik ga even een koevoet halen” zegt Theo. Ik wacht geduldig af en kan het niet laten om te fantaseren: “Stel je voor dat ze nu bellen. Dat zou wat zijn; is er een hart voor mijnheer Van de Rest, zit hij opgesloten in de douche van het Revalidatiecentrum.”
Na de lunch zit ik rustig wat te mailen met mijn laptop in de eetzaal. In een enkel ogenblik is de ruimte gevuld met een kakofonie van vrouwenstemmen. Ik draai me om en vraag: “Wat is er aan de hand?” Een grijze nette vrouw, type Hollandse kost, antwoord vriendelijk: “Nou gewoon, we kommen even met z’n allen bij Netty langs, we zijn met tienen.” De dames lopen als een geluidswal van de spelletjeskast richting de koffiecorner.  Mevrouw Opdam loopt trots en gelukkig in het midden.De badkamer

Dit bericht is geplaatst in Persoonlijk. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *