Voor de kleintjes

Voor de kleintjesKabouter Prikkebeen, een volle nicht van die andere Prikkebeen, werd opgeroepen om in het armpje te prikken van kabouter Hartendiefje die door omstandigheden een beetje suikerwater nodig had. Kabouter Hartendiefje was een lieve kabouter die met heel veel kaboutervriendjes samenwoonde in een oude regenton in het grote kaboutertoverbos.nl.

Het was een koude zondag in de herfst. Het waaide en het regende al drie dagen en nachten. Het hele bos lag onder de grote plassen.

Kaboutertje Hartendiefje zat handenwrijvend in z’n schommelstoel bij de warme kachel. Naast hem stond een kom met warme paddestoelensoep. Kabouter Hartendiefje voelde zich lekker warm en ontspannen. Toen werd er op de deur geklopt. “Klop klop.”

“Wie is daar?” zei kabouter Hartendiefje.

“Ik ben het, Kabouter Prikkebeen. Ik ben de weekendkabouterdokter.” zei kabouter Prikkebeen.

“Komt u maar binnen hoor.” zei kabouter Hartendiefje.

De deur ging langzaam open en kabouter Prikkebeen stapte binnen. Haar puntmutsje hing slap doordat het nat was geworden van de regen. Haar sjaal hing tot op de grond en zat onder de modder.  Onder haar laarsjes lag al snel een grote plas water. Oei, wat was kabouter Prikkebeen nat geworden.

“Hangt u uw kleren maar over die stoel bij de kachel. Dan kunnen ze lekker drogen. Wilt u ook een kom paddestoelensoep? Ik heb net vers gemaakt.” zei kabouter Hartendiefje.

“Ja lekker, dank u wel hoor, erg aardig van u.” zei kabouter Prikkebeen.

Kabouter Prikkebeen had leuke flapoortjes, grappige rode appelwangetjes en een grote pukkel vlak naast haar ronde neus. Ze zag er uit als een echte kabouter.

Kabouter Hartendiefje zei: “Gaat u toch zitten kabouter Prikkebeen. Zullen we elkaar gewoon bij de naam noemen? U mag wel Hartendiefje zeggen hoor. Dat kabouter is echt niet nodig.“

Kabouter Prikkebeen antwoordde: “Dat lijkt me een goed idee kabouter Hartendiefje. En zegt u, eh ik bedoel jij, maar gewoon Prikkebeen hoor.”

Hartendiefje: “Wat kom je eigenlijk doen?”

Prikkebeen: “Ik hoorde dat u jouw port à kut het niet meer doet. En die dingen zijn er juist om je leven te vergemakkelijken en niet om je het je moeilijk te maken.”

“Mmmm, zo had ik dat nooit bekeken maar daar heb je eigenlijk wel gelijk in.” antwoordde Hartendiefje sip.

Prikkebeen: “En omdat ie het niet meer doet moeten we een naaldje in je arm steken zodat je toch nog een beetje van dat lekkere suikerwater binnen krijgt.”

Hartendiefje: “O jee, doet zo’n prikje pijn?

“Nee joh, malle Hartendief, een infuusje doet helemáál geen pijn.” zei Prikkebeen.

Hartendiefje: “Gelukkig maar want ik vind het best een beetje eng. Je hebt het toch wel eens vaker gedaan?”

Prikkebeen: “Vaak zat. Maar het is echt niet nodig om het eng te vinden hoor. En als je flink bent en niet gaat huilen dan mag je een aardigheidje uitzoeken uit mijn knapzak. Vind je bijvoorbeeld zo’n plastic spuitje niet leuk?”

Hartendiefje knikte verlegen.

Prikkebeen: “Nou zullen we dan maar beginnen? Laat me eens naar je armpje kijken.”

Braaf stak Hartendiefje z’n armpje uit.

Prikkebeen: “Wel alle kastanjes, wat heb jij een mooie blauwe adertjes zeg. Dat moet vast wel lukken.”

Prikkebeen haalde haar prikspulletjes uit haar knapzak en legde die netjes op het tafeltje naast de kommen met paddestoelensoep.

“Denk maar gewoon aan een lekker bosbessengebakje, eh taartje bedoel ik, dan is het zo gepiept.” zei Prikkebeen.

Prikkebeen pakte een scheermesje en scheerde de zachte donshaartjes op het armpje van Hartendiefje weg. Prikkebeen bond een trouwtje om het armpje en ze pakte de naald. Heel zorgvuldig koos ze een plekje uit waar ze zou gaan prikken.

“Daar komt ie hoor.” zei ze.

Het naaldje verdween in het armpje van Hartendiefje. Hartendiefje zag het gebeuren en dacht:”O,o, volgens mij zit ze er naast.”

“Alle dennenappels nog aan toe. Ik geloof dat ik er naast zit.” zei Prikkebeen.

Prikkebeen haalde de naald er weer uit en plakte een leuke dierenpleister op het wondje. Daarna pakte ze een nieuw naaldje en probeerde het opnieuw maar dit keer boven op het handje van Hartendiefje. Ze prikte in het handje en besloot alvast een beetje zout water in te spuiten. Hartendiefje dacht: “Volgens mij doet ze dit niet al te vaak want ze zit er alweer naast.”

Het handje van Hartendief werd helemaal dik. Het zoute water werd door Prikkebeen onder de huid gespoten in plaats van in een adertje.

“Auw” zei Hartendiefje. “Dat gaat niet goed.”

“Ik zie het, het spijt me.” zei Prikkebeen. Prikkebeen duwde met haar duim op de bobbel en het zoute water spoot weer terug uit het gaatje waar de naald net had gezeten. Het handje werd helemaal blauw.

Hartendiefje merkte op dat Prikkebeen het wel heel erg warm had gekregen van de kachel. Prikkebeen was helemaal rood geworden en ze had grote rode kaboutervlekken in haar nekje.

“Doe maar even een raampje open. Dan laten we een beetje frisse lucht naar binnen. Neem maar even een pauze dan kan je het zo meteen nog een keer proberen.” zei Hartendiefje. Prikkebeen deed het raam open en deed net alsof ze op haar gemak was. Na een tijdje zei ze: “Zullen we het in je andere arm proberen?”

Hartendiefje zei: “Vooruit dan maar.”

Prikkebeen pakte het scheermesje en scheerde de haartjes van het andere armpje ook weg. Heel voorzichtig prikte ze met een nieuw naaldje in de arm.

“Auw, dat doet pijn. Normaal doet het nooit zo’n pijn.” zei Hartendiefje een beetje boos.

Prikkebeen zag dat ze weer mis geprikt had en haalde het naaldje uit de arm. Snel verbond ze de arm want er kwam heel veel kaboutersap uit het armpje.

“Ik doe het eigenlijk te weinig.” gaf Prikkebeen toe. “Ik zal kabouter Prak vragen of hij ons kan helpen.”

Na een tijdje werd er op de deur geklopt en kabouter Prak stapte naar binnen.

“Ik zal een poging wagen maar ik heb het al heel lang niet meer gedaan.” zei Prak.

“Je kunt het vast wel.” zei Hartendiefje om Prak wat moed in te spreken.

Prak bekeek zorgvuldig het andere handje van Hartendiefje. Hij bond een touwtje om de arm en prikte met een naald in het handje. Het naaldje ging er in een keer goed in. Maar die arme Prak had het naaldje net niet ver genoeg en het adertje geprikt. Toen hij het naaldje uit het infuusbuisje wilde terugtrekken ging het mis. Pats! Kaboutersap spoot in een straal op het schone witte jasje van Prak. Die arme Prak. Hij zat helemaal onder de rode kaboutersap.

“Dat was nou jammer, je zat er net zo goed in.” zei Hartendiefje.

Prak pakte een verbandgaasje en drukte met z’n duim zo hard als hij kon op het wondje. Plotseling werd het handje helemaal dik. Och jee, die arme Prak. Hij was vergeten het touwtje om de arm van Hartendiefje los te maken. Daardoor ging het handje stuwen. Ja stuwen, zo heet dat. Hartendiefje maakte snel het touwtje los met zijn andere hand.

Nu had hij twee blauwe handjes.

“Het spijt me. Ik zat er, alle eikeltjes nog aan toe, net goed in. Ik zal het opnieuw proberen.” zei Prak.

Prak pakte de andere hand van Hartendiefje en prikte er opnieuw in. Weer ging er iets mis. Het lukte maar niet om in het adertje van Hartendiefje te prikken.

Hartendiefje zei: “Misschien moeten we het toch maar even bij de kabouterpost langs. Daar hebben ze vast wel meer ervaring. Dan kunnen ze gelijk naar mijn port à kutje kijken. Misschien valt die nog te redden.”

Zo gezegd zo gedaan. Hartendiefje werd met een heel mooie bus naar de kabouterpost gereden. Gelukkig had de oude Professor Uil net dienst. Professor Uil kon met enig kunst en vliegwerk de port à kut weer open krijgen. Daarna bleef Hartendiefje nog even op de afdeling omdat er een beetje oploswater door de port à kut moest worden gespoten. Professor Uil zei dat Hartendiefje voorlopig even geen suikerwater nodig had. Als alles goed ging moest Hartendiefje over een paar dagen terug komen. Er zou dan een film van Hartendiefje worden gemaakt. Dat vond Hartendiefje best wel leuk.

Toen mocht Hartendiefje alweer met zo’n mooi busje terug naar de oude regenton.

Het was een lange dag geweest. Hartendiefje was er moe van geworden. Op zijn kabouterbed lang een plastic spuitje. Hij kroop vlug onder de wol en viel al snel in slaap. Hartendiefje droomde over dat hij een beroemde filmster was. En als je heel goed keek zag je een klein glimlachje op het gezicht van Hartendiefje.

De wind was gaan liggen en het was gestopt met regenen. Het was weer stil in het grote kaboutertoverbos.nl. Slaap zacht Hartendiefje, tot de volgende keer.

Dit bericht is geplaatst in Persoonlijk. Bookmark de permalink.

3 Reacties op Voor de kleintjes

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *