Zwembadmoeders

ZwembadmoedersHet is weekend. Net als in het ziekenhuis is het in dit revalidatieoord niet anders: In de weekenden is er niets voor de patiënten . Er is geen AB, dat is jargon voor Activiteiten Begeleiding. Er is geen Fysio, geen ergo, er is geen ambulante psycholoog, er wordt niet gezwommen, geen maatschappelijk werk, geen logopedie. Geen doktersbesprekingen, geen visites, geen beleid. Het eten gaat wel door en natuurlijk is er bezoek.

Toch is er iets bijzonders in dit centrum. Er is een grote sporthal en een zwembad. Overdag wordt dit gebruikt door de gehandicapte kinderen van o.a. de Mytylschool en rolstoelers van de kliniek. In de avonden en in het weekend worden deze faciliteiten verhuurd aan sportverenigingen en een zwemschool.

Het is zaterdag. Het is een prachtige zomerse herfstdag. Ik heb me met mijn infuusrollator genesteld in een stoel tegen de muur van het balkonterras. Op het terras zitten een opa en oma en het is een komen en gaan van ouders, vooral moeders, die hun kinderen naar zwemmen hebben gebracht. Je kunt aan de moeders zien en horen dat het centrum in de buurt moet staan van een woonwijk uit het B+ segment. Een hippe jonge moeder staat met een mobieltje in haar hand en zegt tegen haar dochter: “Hier Fleur, vertel maar eventjes aan pappa dat je door de hoepel bent gezwommen.” Fleur pakt het mobieltje en vertelt met een heel zacht stemmetje tegen haar vader dat ze door de hoepel is gezwommen. Aan de andere kant van het mobieltje klinken enthousiaste klanken van de trotse pappa. “Wat knap zeg, hoeveel keer?” Fleur zegt niets tot haar moeder zegt. “Toe dan, zeg dan tegen pappa dat je hoe vaak je er doorheen bent gezwommen.” Fleur antwoord: “Eén keer.” Moeders pakt de telefoon af en vraagt haar manlief of ze nog even langs de traiteur zal gaan voor wat lekkers ná. “Want Wilma en HJ hadden vorige keer ook zulke heerlijke kaasjes met die fantastische wijn, weet je nog?” Ze kijkt onrustig om zich heen en zegt: “Kom Fleur drink je Fristie nou op, mamma moet nog even langs de Kempenaer.”

Een andere moeder komt het terras op, ook met haar mobieltje. Hoi Jacobiene, met Iris, Hanneke heeft nog een plaatsje over in de bakfiets en Lotje mag met haar mee rijden.”

Een half uurtje later zitten er vier vrouwen aan een tafeltje. Ik vang flarden op. “Gisteren gefietst op de mountain bike dan zit je eigenlijk op je eigen paard.” Een ander “Ik heb maar 1 keer paard gereden maar dat was in Egypte.” Weer een ander: “Dat is toch raar paarden in Egypte, weet je zeker dat het geen kameel was?” Er wordt gelachen en het gezelschap keuvelt gezellig verder. De zon schijnt en ik lees verder in m’n zaterdag bijlage.

Dit bericht is geplaatst in Persoonlijk. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *